| |
|
Onderzoeksrapport project File on Ulay
Looptijd project: augustus – oktober 2006
Dit onderzoeksrapport is een bewerking in november 2009 van het
stageverslag gemaakt oktober 2006.
Projectgroep:
Uwe Laysiepen
Bernadine Ypma
Dr. Cees de Boer
Dr. Marga van Mechelen (Universiteit van Amsterdam)
Peter Mittchel
Jurriaan Lowensteyn
1 Inleiding
In 1968 verliet Ulay Duitsland en kwam uit in Nederland, Amsterdam,
alwaar hij vanaf begin 1970 ging werken met het Polaroid fotografie. In
deze beginperiode maakte Ulay voornamelijk Auto-Polaroid’s: Polaroid
foto’s van zichzelf door hemzelf en voor hemzelf. In september-oktober
1974 werd een gedeelte van deze foto’s tentoongesteld in galerie Seriaal
in Amsterdam op initiatief van de oprichters van Seriaal, Wies Smals en
Mia Visser, maat de reactie van het publiek bleek negatief. Ulay kwam
erachter dat de Polaroid fotografie voor hem geen geschikt medium was om
zijn identiteit te onderzoeken en in 1975 startte hij met performances
in een kunstcontext en een nieuwe aanpak van fotografie. In deze zelfde
periode schrijft Ulay veel aforismen. Deze aforismen zijn getypte
gedachten op papier. Zowel de Polaroid foto’s als de aforisme die Ulay
maakte in de periode 1970-1976 vormde de basis van zijn oeuvre in die
zin dat latere ideeën vaak hun oorsprong vonden in deze periode.
2 Het project
Het project bestaat uit het inventariseren en registreren van Uwe
Laysiepen’s eigen werk uit de periode 1970 – 1976. Het grootste deel van
het archief zijn Polaroid foto’s, een kleiner deel super 8mm films,
enkele objecten, printed media en boeken. Het project voltrok zich in de
volgende fases:
• opzetten van een database voor de registratie,
• het invoeren van de gegevens en reproducties in de database,
• verpakken van de objecten en
• het toegankelijk maken naar het publiek toe van de database.
Het moet een overzichtelijk en toegankelijk archief worden die
geraadpleegd kan worden via een link op de website www.ulay.net. De
ontsluiting van dit archief kan een bron van informatie zijn voor
publicaties.
3 Het selecteren en scannen.
In de eerste week van het project zijn de Polaroid foto’s uit de periode
1970-1976 uit de oude archiefmappen, passe-partouts en een
presentatiemap gehaald, bekeken en per serie geordend. Van al deze
Polaroid foto’s hebben we vervolgens een selectie gemaakt waarbij we
gekeken hebben naar de materiële kwaliteit van de foto en de plaats van
de foto binnen de serie. De selectie moet een dwarsdoorsnede laten zien
van het werk uit de periode 1970-76. De materiële kwaliteit was een
belangrijk criterium volgens Uwe daar Polaroid de naam heeft een slechte
kwaliteit te leveren, een statement dat Uwe niet onderschrijft. Na het
werk van Ulay uit de jaren ’70 gezien te hebben kan ook ik zeggen dat
dit onterecht is. Veel van de foto’s waren in uitstekende staat, vooral
de kleurenfoto’s hadden hun helderheid behouden.
De Polaroid foto’s hebben we overgeplaatst naar speciale archiefmapjes
die doorzichtig zijn en plaats geven aan 4 foto’s elk. De series die we
zo overgebracht hebben horen onder andere bij ‘Renais Sense’. Een
probleem vormde de serie foto’s die Ulay destijds voor het blad ‘Avenue’
had gemaakt en een reeks beelden van tv lieten zien. Deze waren door de
typografen van het blad op kartonnen en vloeipapier geplakt. We hebben
een selectie van deze foto’s los gesneden.
Jurriaan hield zich bezig met het digitaal reproduceren van de werken
groter dan A4 formaat, waaronder de werken die ingelijst waren. We
hebben gezamenlijk een aantal van deze digitale reproducties
gecontroleerd. Op het computerscherm leken de foto’s door optisch bedrog
een iets andere verhouding te hebben van afmetingen, echter bleken ze na
uitgebreid nameten wel te kloppen. De ruimte in de database waarin de
foto’s komen klopt echter niet, deze verandert de afmetingen van de
afbeeldingen automatisch. Dit bleek door Peter eenvoudig aan te passen.
In de tweede week is de selectie Polaroid foto’s op de Epson scanner
gescand. De scans zijn alleen bedoeld voor de database en zijn in JPeg
960 bij 1280 pixels maximaal. Dit geeft een goede weergave op het
computerscherm maar geeft niet de mogelijkheid ze in goede kwaliteit
illegaal te reproduceren. De scans heb ik daarna geïmporteerd in de
database en samen met Uwe van de informatie voorzien. Uwe vond dat de
informatie over de staat van de werken duidelijk genoeg weergegeven kon
worden door een waarderingscijfer tussen één en tien te geven. Ik vond
echter dat de eventuele gebreken beschreven moeten worden. Zo kan
verdere schade of verval bijgehouden worden. Niet alleen als het object
in het archief ligt, maar vooral als deze in bruikleen uitgegeven wordt
kan zo eventuele schade herkend worden toegebracht door de
bruikleennemer. Bij sommige objecten hebben we dan ook schade vermeld in
het open veld op de kaart.
In de tweede helft van augustus is een start gemaakt met het coderen.
Alle inventarisnummers zijn uitgeprint op labelstickers. Deze kwamen in
het geval van de Polaroid foto’s op de plastic hoezen. De eerste circa
600 Polaroid foto’s hadden we tijdens het invoeren van de gegevens in de
database op deze manier van hun code voorzien. Belangrijk is dus als de
foto’s ooit uit hun hoesjes gehaald worden ervoor te zorgen dat zowel de
id-code bij het object blijft en ook de locatieverwijzing in de database
aangepast word.
Naast fotografische werken en objecten staan ook alle aforismen gemaakt
in de periode 1970-76 in de database. Het gaat om meer dan 150 aforisme,
getypte poëzie op a4 vellen. Deze vellen hebben lang opgeslagen gelegen
bij Marina Abramovic in Amsterdam. Tijdens deze opslag zijn de vellen
aangetast door waterschade. De teksten zijn nog goed te lezen en de
waterschade geeft de vellen karakter volgens Uwe.
Ik had ook de kans gekregen om een van de series te ordenen. Het ging om
een serie die in het blad ‘Avenue’ heeft gestaan en bestaat uit Polaroid
foto’s type 107 die tv beelden laten zien . Ik had de ordening gebaseerd
op een overeenkomst van de toenmalige en de huidige problematiek:
Palestina, de zorg, milieu en Amerika. Uwe legde uit dat presenteren op
verschillende manieren kan: toeval, thema, interpretatie. Je
interpreteert de gekozen volgorde zelf, anderen interpreteren deze weer
op hun eigen manier. Ik vond het lastig om zo met het werk om te gaan:
je legt je eigen stempel erop, een tweede betekenislaag, gebaseerd op
mijn interpretatie van de beelden. De volgorde die ik gemaakt had hebben
we aangehouden en gescand.
In het oeuvre uit de jaren ’70 zijn ook super 8mm filmpjes aanwezig.
Deze duren rond de 3 minuten. We hebben alle filmpjes bekeken aan het
einde van augustus en opnieuw gelabeld. Een gedeelte van de filmpjes
kwamen uit de jaren’80 en hoorden dus niet thuis in onze database.
Uiteindelijk hebben we zes films opgenomen in onze database. Echter is
in het digitale archief alleen een omschrijving van de film te zien,
niet de film zelf. Op de uiteindelijke webversie van de database is het
misschien wel een optie om de filmpjes te tonen.
Het invoeren van alle objecten heeft geduurd tot begin oktober. In deze
maand zijn we verder gegaan met de archivering en het controleren van de
gegevens in de database. Deze klus was vooral tijdrovend en moest
precies uitgevoerd worden. Als eenmaal de sticker op het object zit moet
alles correct ingevoerd zijn.
De plannen voor het openstellen van de database voor het publiek werden
in deze maand uitgevoerd. Uwe en ik discussieerde over welke zoektermen
het publiek zou willen gebruiken, of alle werken te bekijken moesten
zijn en het ontwerp van de website. Voor de zoektermen hebben we
uiteindelijk besloten de thesaurus te gebruiken van jaar, type en
techniek. De website gaat niet alle werken laten zien maar een selectie
die we in de laatste week van oktober hebben gemaakt. We hebben de
werken uitgekozen die een goede dwarsdoorsnede van het oeuvre uit deze
periode laten zien. Deze selectie is in de database aangegeven door
middel van aan te klikken vakje ‘highlight’. Tevens zou de website een
gebruikers handleiding moeten krijgen, een soort korte inleiding voor de
toeschouwer.
4 De database
De database werd ontworpen door een vriend van de kunstenaar,
ICT-specialist Peter Mittchel, opgemaakt in het programma File Maker
Pro. Het digitale archief heeft drie functies; registreren, verpakken en
ontsluiten van het oeuvre. Het registreren betekend dat alle objecten in
de database vertegenwoordigd werden met een eigen kaart. Het archiveren
betekend dat elk object een eigen nummer had en dat de standplaats in de
database opgenomen werd. Door de database toegankelijk te maken vanaf
internet wordt deze collectie toegankelijk.
De database, die de naam ‘UlayArchive’ heeft gekregen, heeft de
mogelijkheid om elk afzonderlijk object te laten zien met de
bijbehorende informatie. De velden zijn gekozen aan de hand van de
informatie die Uwe in de database wilde verwerken en de museale normen
zoals die zijn opgesteld door de Nederlandse Museum Vereniging (NMV) en
opgeschreven door de stichting Landelijk Contact van Museumconsulenten
(LCM) en gebruikt in de registratiesystemen ‘AdLib’ en ‘The Museum
System’ (TMS). Problemen waar tegen aan werd gelopen tijdens het werken
met de database zijn aangepast tijdens het project. De database is een
op maat gemaakt registratiesysteem geworden die elk afzonderlijk object
kan tonen met de bijbehorende informatie. Het systeem is tevens voorzien
van verschillende zoekfuncties.
Elk object staat beschreven en digitaal gereproduceerd op een ‘kaart’.
Deze kaart laat zowel een kleine foto (thumbnail) zien als de informatie
over copyright, titel, datum, techniek, type, conditie, afmeting,
standplaats, standplaatsnummer (id-code) en eventueel extra informatie
in een open veld.
Het verschil tussen dit op maat gemaakt archief en de museale systemen
is dat velden zoals geografische oorsprong, objectnaam, cultuur en
rubriek ontbreken. Dit zijn velden die naar onze mening voor dit
specifieke archief geen bijgevoegde waarde hebben. Ook de korte
omschrijving van het object, wel een veld in de AdLib en TMS, hebben we
weggelaten. Elke kaart laat immers een kleine en een grote afbeelding
van het object zien. Ik denk dat het veld ‘korte omschrijving’ in TMS en
AdLib nog een overblijfsel is van de systemen voor het digitale
tijdperk, waarbij het registratiesysteem nog geen mogelijkheid in zich
had om foto’s bij de registratiekaarten te plaatsen.
Het laatste grote verschil is dat de database ‘UlayArchive’ geheel in
het Engels is, terwijl de museumsystemen die gebruikt worden in
Nederland, in het Nederlands zijn. De reden om het archief in het Engels
op te stellen was simpel: zo is het systeem ook toegankelijk voor mensen
die de Nederlandse taal niet beheersen.
Het documenteren is het grootste onderdeel van het project geweest. Als
eerste werden er van alle objecten foto’s en scans gemaakt. Voor de
fotografische reproducties is de hulp ingeroepen van Jurriaan Lowensteyn.
Jurriaan is de zoon van Uwe en heeft ook al meegewerkt aan een onderdeel
van de website www.ulay.net. Objecten kleiner dan A4 formaat konden
gescand worden. Het scannen van de kleinere objecten heb ik gedaan, dit
ging om Polaroid foto’s, dia’s en negatieven. De Epson scanner had de
mogelijkheid om zowel foto’s als films te kunnen scannen. Omdat de scans
een resultaat lieten zien die qua kleur en contrast afweken van de
originelen moesten deze bijgewerkt worden in PhotoShop. De bewerking
bestond meestal uit het minder scherp maken van het contrast en het
wegwerken van stofjes die tijdens het scannen op het beeld waren
gekomen.
Belangrijk bij het scannen was de omgang met de objecten. Alle objecten
waren originelen en waren dus uniek. Het was belangrijk speciale
handschoenen te dragen en de objecten voorzichtig te hanteren. Tijdens
het in en uitsteken van bijvoorbeeld de Polaroid foto’s in de plastic
archiefhoesjes of het oppakken van de foto’s van het scanblad is een
kras of scheur snel gemaakt. Gelukkig is dit bij geen enkel object
gebeurd.
De conditie van de Polaroid foto’s verschilde, de foto’s die in zeer
slechte staat verkeerden hebben Uwe en ik in de eerste week van het
project uitgeselecteerd. De schade aan de foto’s was ontstaan onder
andere doordat deze vastgeplakt waren (geweest) wat er voor gezorgd had
dat de achterzijde beschadigd was. Ook een verschillende manier van
fixeren, haarlak of Polaroid fixeer, geeft een andere kwaliteit. Het was
opvallend dat de foto’s gefixeerd door Taft haarlak en de kleurenfoto’s
in betere conditie waren dan de niet gefixeerde en met Polaroidfixeer
bewerkte zwart-wit foto’s.
De foto’s konden enkel, series, narratieven, sequenties of montages zijn
en werden bewaard in mappen, passe-partouts, lijsten en een
presentatiemap. De Polaroid foto’s die in mappen, de presentatiemap en
passe-partouts zaten zijn uit hun oorspronkelijke houder gehaald omdat
deze plastics weekmakers bevatten die een gevaar vormen voor de
objecten. De foto’s zijn geplaatst in nieuwe plastic hoezen zonder
weekmakers en verdeelt over verschillende mappen. Uiteindelijk is de
selectie Polaroid foto’s over verschillende mappen verdeeld. De
negatieven zijn ook in een map geplaatst. De ingelijste werken zijn in
kratten geplaatst en staan opgeslagen in een speciale ruimte.
Van ongeveer 200 werken waren in de eerste twee weken de
basisregistratie in de database ingevoerd. Tijdens het invoeren van deze
gegevens bleek dat de database nog niet optimaal was. We hielden
constant in gedachte dat de database gebruiksvriendelijk moest zijn voor
de mensen die deze zouden willen raadplegen via het internet of vanaf
een DVD. Tijdens het invoeren bleek dat de nummering van de id-codes
automatisch door de database zelf werd ingevuld en dat dit veld niet
meer aan te passen was. Tevens bleek dat na een zoekopdracht de series
foto’s niet in de juiste volgorde werden getoond. Peter Mittchel heeft
hiervoor een extra veld in de database toegevoegd waarin de
groepsnummers en de sequentie binnen die groep kunnen worden aangegeven.
Een tweede probleem was het gebruik van de locatiecode. De locatie was
in dit stadium van het project niet altijd even goed te bepalen. De
reden hiervoor was dat pas een gedeelte van de objecten naar de
werkruimte waren verplaatst, andere objecten waren nog niet aanwezig.
Dit gaf onduidelijk over de hoeveelheid ruimte die nodig zou zijn voor
de opslag en daarmee de plaatsbepaling per object. Daarnaast moest nog
bepaald worden welke objecten geselecteerd zouden worden om in de
database te komen en welke niet. We hebben gedurende het project de
locatiecodes bij verschillende objecten dan ook aan moeten passen. De
archiefmappen en portfolio’s hebben opeenvolgende Romeinse cijfers
gekregen, daarnaast werden er objecten in kratten geplaatst en objecten
in het depot.
Een derde probleem was het gebruik van de thesaurus. De thesaurus moet
bestaan uit een aantal vastgestelde termen om vervuiling in de database
te voorkomen. In eerste instantie gebruikte we termen die aangaven dat
het ging om Polaroid foto’s, aforisme of objecten. In het veld daaronder
gaven we aan welke type het precies was. Tijdens het werken in de
database merkten we dat het helderder zou zijn in gebruik om te kiezen
voor de categorieën ‘Photography’, ‘Film’, ‘Video’, ‘Object’, en
‘Printed media’. Deze termen zijn makkelijk voor de gebruiker.
5 Evaluatie
Het project is voorspoedig gelopen. Belangrijk bij het opzetten van de
database was kennis van het archiveren van objecten en inzicht van het
te archiveren werk. De musea in Nederland zijn de afgelopen jaren
aangespoord hun collecties goed te archiveren, conserveren en
digitaliseren om deze zo ook te kunnen ontsluiten. Dit project van het
werk uit de jaren ’70 van Uwe sluit daarop aan. Het is een klein project
van een kunstenaar die het belang inziet van een ontsluiting van zijn
werk.
Het project hield in het ontsluiten van het werk uit de jaren ’70. Uwe
zou graag zien dat een museum deze collectie zou willen opnemen en
adequaat zou conserveren. De werken uit de jaren ’70 zijn intieme werken
die Uwe vooral voor zichzelf heeft gehouden. Met dit project kan Uwe het
werk voor iedereen toegankelijk maken. Veel werk van kunstenaars uit
deze zelfde periode is slecht geconserveerd omdat dat haaks staat op de
aard van het werk. In de gedachtegang waarin het werk is gemaakt past
het niet, het was niet gemaakt met de intentie dat het lang zou blijven
bestaan. In een interview met Guy Rombouts in ‘De Witte Raaf” van
september-oktober 2006 zegt Rombouts over zijn oeuvre uit de jaren ’70
dat hij thuis heeft opgeslagen: ‘Ik hoop dat mijn kot niet afbrandt’.
Rombouts heeft zijn werk uit die specifieke periode nooit gearchiveerd
en geconserveerd. In de collecties van de Nederlandse musea is ook te
zien dat werk uit deze periode minimaal aanwezig is. Dit project zou een
voorbeeld kunnen zijn voor andere kunstenaars.
De manier van archiveren in dit project verschilt met die in een museum
dat het gaat om een persoonlijke collectie die niet eerder op deze
manier geregistreerd is. Alle informatie moest dan ook van de kunstenaar
zelf komen. De samenwerking was daarom zeer hecht. Het voordeel hiervan
was dat fouten snel opgemerkt werden en verbeterd konden worden.
De database is naar mijn mening een gebruiksvriendelijk systeem
geworden. De basisregistratie is aanwezig en bevat een bron aan
informatie over data, techniek en type. Vanuit deze database is
kunsthistorisch onderzoek zeer goed mogelijk. De werken kunnen goed
geconserveerd blijven en pas aangeraakt worden als deze is uitgekozen in
database. Door de locatieaanwijzing op elke kaart is het werk zo te
vinden en kan het andere werk ongemoeid opgeslagen blijven staan.
Immers, hoe minder het werk te lijden heeft hoe langer het bewaard kan
blijven.
|
|